Nieuws
Prefab is sneller, slimmer én circulair, maar vraagt wel om een keten die meebeweegt
In gesprek met Marcel Visser van WAGO over stekerbare installaties en prefab bouwen
Prefab bouwen en stekerbare installaties gaan hand in hand. Marcel Visser van WAGO, al bijna twaalf jaar actief in de branche, ziet de laatste jaren een enorme ontwikkeling in woningbouwprojecten: ‘Toen ik hier begon, stond stekerbaar in de woningbouw nog in de kinderschoenen. Inmiddels is het voor ons synoniem geworden met prefab installeren.’
Visser vertelt dat een stekerbare installatie uit vier onderdelen bestaat: voeden via de groepenkast, verdelen via aftakkingen en centraaldozen, aansluiten van schakelaars, sensoren en lampen én verbinden. ‘Wij zijn voor dat laatste op aarde, we knopen alles aan elkaar. We produceren kabels en stekkers zodat alle componenten in de installatie geprefabriceerd kunnen worden. Vervolgens wordt in de hal alles klaar gemaakt en op de bouwplaats klik je het eenvoudig in elkaar.’ Het voordeel ligt voor de hand: tijdwinst en minder fouten. ‘Een monteur is tot zeventig procent sneller klaar en faalkosten worden tot een minimum beperkt.’
‘Het idee dat je met een prefab installatie minder flexibel bent, klopt deels. Maar of dat negatief is, durf ik te betwijfelen. In sociale huurwoningen zie je bijna nooit dat een installateur terug moet voor een extra stopcontact of schakelaar. Dat flexibiliteit een belangrijke parameter is, is dus een gevoel. Het komt in de praktijk nauwelijks voor. Ik zeg al jaren dat je met stekerbaar Flexibel kunt installeren met standaard oplossingen.’
Voor- én nadelen van prefab
Wel vraagt prefab-installeren om een andere manier van werken. ‘Het verandert processen en je wordt afhankelijk van de hele keten. Alleen lukt het niet. Het vraagt dat marktpartijen het omarmen en dat opdrachtgevers begrijpen dat het anders gaat dan in de afgelopen honderd jaar. Prefab is in de basis duurder, maar sneller. Het probleem is dat uren vaak niet op de offerte staan, alleen producten. Dat kan een vertekend beeld geven.’
Naast snelheid en foutreductie biedt prefab ook kansen voor circulair bouwen. ‘Met ons circulaire programma halen we kabels terug, testen ze en geven ze een tweede leven. Een stekker die niet meer voldoet, wordt vervangen en de kabel wordt hergebruikt. Zo kan 100% van onze kabels terugkomen, al krijgt het soms een andere vorm. Natuurlijk is geen afval een utopie, maar we beperken verspilling enorm, zonder concessies te doen aan veiligheid en kwaliteit.’
Vertrouwen en perceptie
Prefab-installaties roepen soms vragen op over kwaliteit. Voelt een woning uit de fabriek net zo vertrouwd als een traditioneel gebouwde woning? Visser ziet dat die discussie korter duurt en mensen sneller overtuigd raken: ‘Als een woning eenmaal wordt geaccepteerd, wordt een modulaire installatie ook normaal gevonden. Het is zichtbaar geworden en daardoor vertrouwd.’
Samenwerking in de keten
Voor WAGO betekent succes steeds meer partnerschap. ‘We zitten steeds vaker bij opdrachtgevers en constructeurs, nog voordat de elektricien in beeld komt. Zo sparren we samen over oplossingen. Wij zijn meer partner dan leverancier. Dat is essentieel om prefab-installaties succesvol te maken.’
Die samenwerking leidt ook tot standaardisatie, zonder dat ontwerpvrijheid verloren gaat. ‘Technisch gezien maakt het niet uit of leidingen op de vloer of het plafond liggen. Het systeem is hetzelfde.’ WAGO bevindt zich in de opstartfase van opschaling. ‘Voor ons en onze producten verandert er niets, behalve de omvang van de vraag. Parrallel aan toenemende productie ontwikkelen wij steeds weer slimme oplossingen om ook bij een veranderde installatie wensen -want steeds meer delen van een installatie worden prefab-, producten en installaties stekerbaar aan te kunnen sluiten.’
Daarnaast werkt WAGO ook aan oplossingen voor bredere uitdagingen zoals netcongestie en de toenemende vraag voor bijvoorbeeld energiemonitoring. Innovatie vraagt samenwerking. In de elektrobranche zoeken leveranciers elkaar steeds vaker op om samen oplossingen te vinden. Dat is een positief bijeffect van de enorme opgave waar we voor staan. Daar mogen we als sector trots op zijn.’

